Wie kent het niet? Die stapel huishoudklussen die maar blijft groeien terwijl je energie juist afneemt. Steeds meer mensen grijpen nu naar huishoudelijke hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Dat is geen verrassing als je bedenkt dat bijna 1,3 miljoen Nederlanders hier in 2024 gebruik van maakten — een stijging van maar liefst 23% sinds 2017.
Waarom neemt de vraag naar huishoudelijke ondersteuning zo toe?
Vergrijzing en langer thuis wonen spelen een hoofdrol. Ouderen blijven vaker en langer zelfstandig thuis wonen, maar hebben soms net dat beetje extra hulp nodig om de boel schoon en leefbaar te houden. Ken je die buurman op leeftijd die pas na lang aandringen toegeeft dat de stofzuiger en het dweilen toch echt te veel worden? Zo werkt het vaker dan je denkt.
Ouderen tussen de 75 en 85 jaar zien een forse stijging in het gebruik: 212.000 van hen gebruikten in 2024 huishoudelijke hulp, dat is 60% meer dan in 2017. En de kosten? Die lopen flink op, want het gaat niet alleen om meer mensen, maar ook om zwaardere zorgvragen en hoogwaardigere ondersteuning.
Gemeenten voelen de druk: minder uren, meer spanning
De groeiende vraag zet gemeenten flink onder druk. Aanbieders van hulp lopen tegen een tekort aan personeel aan, terwijl inwoners vaak meer ondersteuning nodig hebben. Om daarmee om te gaan, kiezen gemeenten soms voor minder frequente schoonmaakbeurten, bijvoorbeeld eens per twee weken in plaats van wekelijks. Dat roept natuurlijk vragen op: hoe houd je de kwaliteit hoog en wat betekent het voor de mensen die hiermee afhankelijk zijn?
In gesprekken die ik vaak aan de keukentafel hoor, merk ik dat gebruikers het lastig vinden om te accepteren dat hulp minder vaak komt. Soms is het echt de enige manier om het huishouden draaiende te houden. Maar is dat altijd genoeg?
Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2026: wat verandert er?
Bureau HHM werkt aan een nieuw normenkader, dat gemeenten moet ondersteunen bij het maken van keuzes rondom de inzet van huishoudelijke hulp. Het huidige kader gaat uit van wekelijkse hulp, maar de praktijk is veranderd. De grote vraag: wanneer is minder vaak hulp echt verantwoord, en wanneer niet?
Nico Dam van HHM benadrukt dat ondersteuning niet alleen haalbaar en financieel verantwoord moet zijn, maar ook van goede kwaliteit. Juist nu, met deze toename in vraag en de krapte op de arbeidsmarkt, is dat een hele klus.
Praktische tips voor thuiswonenden en mantelzorgers
- Zorg voor duidelijkheid in afspraken met de huishoudhulp: wat verwacht je precies elke keer?
- Combineer huishoudelijke hulp met praktische aanpassingen in huis, zoals antislipmatten en goede verlichting.
- Maak gebruik van lokale ondersteuningsmogelijkheden, zoals vrijwilligers of burenhulp.
- Blijf communiceren over de kwaliteit en frequentie van de ondersteuning, ook met de gemeente.
- Wees kritisch, maar ook flexibel: soms is tijdelijk minder hulp een kans om zelf te (blijven) doen wat het kan.
Waarom stijgt de vraag naar huishoudelijke ondersteuning?
Dat komt vooral door de vergrijzing en doordat ouderen langer thuis blijven wonen. Zij hebben vaak meer hulp nodig bij het huishouden.
Wordt huishoudelijke hulp minder vaak ingezet?
Ja, veel gemeenten bieden hulp nu minder vaak aan, bijvoorbeeld eens per twee weken, vanwege personeelstekorten en financiële druk.
Wat houdt het nieuwe normenkader huishoudelijke ondersteuning in?
Het normenkader helpt gemeenten keuzes te maken over hoe vaak en op welke manier huishoudelijke hulp gegeven wordt, met oog voor kwaliteit en haalbaarheid.
Wie betaalt de huishoudelijke hulp vanuit de Wmo?
De gemeente financiert de hulp via de Wmo. Cliënten betalen meestal een vast maandbedrag, het zogenaamde abonnementstarief.
Hoe kan ik de kwaliteit van huishoudelijke hulp bewaken?
Goede afspraken maken, regelmatig evalueren en open communiceren met de hulp en gemeente zijn essentieel voor een goede ondersteuning.